Mijn leven als UX designer: van pixels naar artificial intelligence

Mijn carrière als designer begon niet met Figma, component libraries of een design system. UX designer en artificial intelligence stonden nog niet in de Dikke van Dale. Mijn carrière begon met pixels. Letterlijk.

Mijn eerste baan in pixels was bij de Wegener Kabelkrant. De kabelkrant was zoiets als internet, maar dan zonder internet. Nieuws, weer, advertenties en mededelingen schoven over het televisiescherm. En iemand moest die pagina’s maken.

Dat deed ik.

Met Photoshop 1.0.

Ja, 1.0. Zonder layers. Zonder history. Zonder slimme objecten. En tekst? Anti-aliasing was nog geen vanzelfsprekendheid. Letters konden eruitzien alsof ze met een bot kartelmes uit een blok Lego waren gehakt. Vet lelijk. Maar wij vonden het fantastisch. We waren bezig met iets nieuws. We zetten informatie op een scherm en probeerden na te denken over volgorde, leesbaarheid en aandacht. En precies die fascinatie is gebleven.

Achteraf gezien was dat eigenlijk al UI-design. Alleen wist niemand dat het zo heette.

Daarna kwamen de huisjes

Voor City Online bouwde ik digitale gebouwen, winkels en plekken waar bezoekers doorheen konden klikken. Ik werkte in die periode voor (en samen) met Maurice de Hond. Het idee achter City Online was behoorlijk vooruitstrevend: mensen, bedrijven en informatie digitaal samenbrengen in één omgeving. Een virtuele stad waarin je elkaar kon vinden.

Als ik er nu naar kijk, zat er al iets van Facebook, LinkedIn, Google Maps en online communities in verstopt.

We hadden een digitaal plein gebouwd terwijl een groot deel van Nederland nog moest ontdekken waarom je überhaupt op dat plein zou willen staan.

Dat vind ik fascinerend aan design: een goed idee kan technisch mogelijk zijn en toch maatschappelijk te vroeg komen. Mensen moeten er klaar voor zijn.

Daar helpt het Zeitgeist Trendmodel van Peter Heshof mij tegenwoordig bij. Heshof, trendwatcher, merkstrateeg en oprichter van Bloom, beschrijft de tijdgeest als een terugkerende beweging tussen fundamentele menselijke behoeften. Zijn model werkt met twee assen: ik versus wij en zekerheid versus vrijheid. Daardoor ontstaan verschillende werelden, zoals de Behoudende, Sociale, Gevoels- en Vrije wereld.

City Online voelde als een ontwerp voor een Sociale wereld: verbinding, gemeenschap, het wij-gevoel. Alleen liepen technologie, gedrag en behoefte nog niet netjes gelijk op. Dat is trouwens een terugkerend probleem van ontwerpers. Wij zien soms een deur en zijn alvast binnen terwijl de rest nog naar de deurklink kijkt.

Van mooi naar waarom

Daarna werd design mijn vak, mijn bedrijf en jarenlang mijn dagelijks leven.

Als ondernemer werkte ik ruim vierentwintig jaar aan merken, websites, interfaces en digitale producten. Mijn werk verschoof langzaam van “hoe ziet het eruit?” naar “hoe werkt het?” en uiteindelijk naar de interessantere vraag: “waarom zou iemand dit willen gebruiken?”

Dat is voor mij de essentie van UX.

Ik werkte aan interfaces, design systems en digitale omgevingen voor verschillende organisaties. Photoshop maakte uiteindelijk plaats voor Figma. Eén beeldscherm werd een ecosysteem van componenten, states, flows, prototypes, Jira-tickets en gesprekken met gebruikers. De pixel bleef, maar hij kreeg gezelschap van psychologie, data en context.

Grote projecten. Een team. Samen diep in een probleem duiken en ook het systeem erachter begrijpen. Dat was een belangrijke reden om na jarenlang ondernemerschap weer bewust voor een vaste omgeving te kiezen. Tegenwoordig werk ik als Visual Designer bij Print.com, waar concept, merk, fotografie, print en digitaal samenkomen.

Eigenlijk ben ik na al die jaren weer terug bij mijn eerste liefde: nieuwe werelden bouwen.

Alleen zijn de gereedschappen veranderd.

En toen kwam AI (artificial intelligence)

En nu staat er een nieuw stuk gereedschap op mijn bureau: artificial intelligence.

AI voelt voor mij soms precies zoals Photoshop 1.0 destijds voelde. Onhandig, verbazingwekkend, soms afschuwelijk en tegelijkertijd onmogelijk om te negeren. Je probeert iets, krijgt een resultaat waarvan je denkt “wat ís dit?”, verandert drie woorden en ineens gebeurt er iets waarvan je vijf jaar geleden had gezegd dat het onmogelijk was.

Daarmee verandert ook de rol van de designer.

De designer van morgen hoeft niet degene te zijn die het snelst pixels plaatst. AI kan straks duizenden varianten genereren, layouts voorstellen, beelden maken, interfaces bouwen en patronen analyseren voordat ik mijn eerste koffie op heb.

Maar AI weet niet automatisch welke wereld mensen nodig hebben.

Dat blijft onze taak.

Heshofs model laat bovendien zien dat de tijdgeest voortdurend corrigeert. Na perioden waarin gevoel, purpose en ervaring dominant waren, schoof de samenleving richting meer controle, personalisatie, performance en rationele technologie. Inmiddels spreekt Heshof over de volgende beweging: een rode “New Horizons”-periode waarin progressie, speelsheid, optimisme en nieuwe sensaties belangrijker worden.

Precies daar wordt AI interessant.

Niet als vervanger van creativiteit, maar als versneller ervan. Een soort creatief exoskeleton. We kunnen sneller verkennen, meer ideeën testen en werelden bouwen die gisteren nog te duur of technisch onmogelijk waren.

Maar snelheid is geen visie.

Misschien is dat wel de grootste les uit mijn leven als designer. Van de kabelkrant tot City Online, van Photoshop 1.0 tot Figma en van websites tot generatieve AI: technologie verandert voortdurend. De menselijke behoefte verandert langzamer, in golven.

Mijn werk is daarom allang niet meer pixels plaatsen.

Het is kijken waar mensen vandaan komen, aanvoelen waar ze naartoe bewegen en daar iets maken dat precies op het juiste moment tussen die twee werelden landt.

En heel soms betekent dat nog steeds gewoon één pixel naar links.

Koffie doen?

Bedankt voor je interesse! Vul het formulier in om een afspraak te maken. Ik bel of mail zo snel mogelijk voor een aantal data.