Als UX-designer maak je voortdurend UX-keuzes. Waar plaats je die knop? Hoeveel stappen mag een formulier hebben? Welke informatie moet als eerste zichtbaar zijn? Soms zijn die keuzes gebaseerd op onderzoek, data en gebruikerstesten. Maar laten we eerlijk zijn: soms doe je iets gewoon omdat het goed voelt.
Is dat verkeerd? Niet per se.
Ervaring speelt een belangrijke rol in UX-design. Als je jarenlang websites, apps en digitale interfaces ontwerpt, ontwikkel je een soort professioneel onderbuikgevoel. Je herkent patronen. Je ziet wanneer een scherm te druk wordt, wanneer de hiërarchie niet klopt of wanneer een gebruiker waarschijnlijk gaat zoeken naar iets wat jij ergens anders hebt verstopt.
Maar daar zit ook meteen het gevaar.
Ervaring is nog geen bewijs
Wat voor mij logisch voelt, hoeft voor een gebruiker helemaal niet logisch te zijn. Als designer ken ik het ontwerp, de structuur en het doel. De gebruiker niet.
Daarom probeer ik intuïtie vooral te zien als startpunt. Het is een hypothese.
Ik denk dat dit werkt.
Vervolgens komt de interessantere vraag:
Klopt dat ook?
Dat kun je onderzoeken met interviews, usability tests, analytics, heatmaps, A/B-tests of simpelweg door een paar mensen een taak te laten uitvoeren en goed te kijken waar ze vastlopen.
En tegenwoordig staat er nóg iemand naast de UX-designer aan de tekentafel: AI.
Kan AI helpen bij UX-keuzes?
Absoluut.
Tools als ChatGPT en Claude kunnen razendsnel meedenken over een gebruikersflow, alternatieve navigatiestructuren voorstellen, onderzoeksvragen formuleren of mogelijke problemen in een interface benoemen.
Ik gebruik AI daarom graag als sparringpartner.
Niet: “Vertel mij wat de beste oplossing is.”
Maar bijvoorbeeld: “Welke bezwaren kun je bedenken tegen deze oplossing?”
Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert de rol van AI behoorlijk. Je vraagt niet om het antwoord, maar om tegenargumenten.
AI kan ook helpen bij deskresearch, het structureren van onderzoeksresultaten, het samenvatten van interviews of het ontdekken van patronen in grote hoeveelheden informatie. Daardoor kun je als UX-designer sneller verschillende richtingen onderzoeken.
Maar er zit een flinke adder onder het digitale gras.
AI klinkt soms overtuigender dan het gelijk heeft
Zowel ChatGPT als Claude kan informatie geven die aannemelijk klinkt, maar feitelijk onjuist is. Dat wordt vaak een hallucinatie genoemd.
En juist voor designers is dat verraderlijk.
Een keurige uitleg met UX-termen, percentages en een verwijzing naar een zogenaamd onderzoek voelt al snel betrouwbaar. Maar als je vervolgens naar dat onderzoek zoekt, kan blijken dat het niet bestaat. Of dat de conclusie veel genuanceerder ligt.
Daarom behandel ik AI-resultaten eigenlijk hetzelfde als mijn eigen intuïtie:
als input, niet als bewijs.
Vraag AI om bronnen. Controleer belangrijke claims. Kijk naar de oorspronkelijke onderzoeken en vraag desnoods dezelfde vraag op verschillende manieren of aan verschillende AI-modellen.
Maar vooral: test aannames bij echte gebruikers.
De beste UX ontstaat volgens mij in de driehoek
Voor mij bestaat een goede UX-beslissing daarom uit drie elementen:
Ervaring + onderzoek + AI.
Ervaring helpt je snel richting te kiezen. Onderzoek vertelt je wat gebruikers daadwerkelijk doen. AI helpt je sneller alternatieven, vragen en mogelijke blinde vlekken te ontdekken.
Geen van de drie hoeft daarbij de absolute waarheid te bezitten.
Misschien verandert daardoor ook de rol van de UX-designer. We hoeven niet degene te zijn die altijd het antwoord weet. We moeten degene zijn die de juiste vragen stelt, aannames herkent en keuzes durft te toetsen.
Dus als iemand tijdens een ontwerpbespreking vraagt:
“Waarom heb je hiervoor gekozen?”
Dan mag het antwoord best beginnen met:
“Omdat ik denk dat dit beter werkt.”
Zolang er maar iets achteraan komt:
“Maar laten we kijken of dat ook echt zo is.”