UX-design misverstanden ontmaskerd: veelgemaakte fouten in terminologie, techniek en gebruikservaring

Op het eerste gezicht leek alles te kloppen: een pixel-perfecte interface, consistente typografie, een strak grid en zorgvuldig uitgewerkte micro-interacties. Het schoolvoorbeeld van strak UX-design. Visueel tot in detail verzorgd. En toch bleef gebruik uit. Gebruikers haakten af, klikten verkeerd of raakten de weg kwijt. Hier worden de misverstanden zichtbaar. Niet in hoe het eruitziet, maar in hoe het werkt. Het ontwerp voldeed esthetisch, maar sloot niet aan op het gedrag en de behoeften van de gebruiker. Het functioneerde, maar communiceerde niet effectief.

Welkom in de schaduwkant van UX en UI. Een wereld waar termen vaak groter zijn dan het begrip erachter, en waar techniek soms als toverwoord wordt gebruikt in plaats van gereedschap.

De dag dat “UX” een sausje werd

In veel teams begint het probleem met taal. UX wordt gebruikt als een sausje dat je over een ontwerp giet om het lekkerder te laten klinken. “We hebben UX toegepast,” hoor je dan. Alsof het een feature is. Maar UX is geen laag. Het is het geheel van de ervaring, van eerste indruk tot laatste klik, inclusief twijfel, frustratie en opluchting.

Wat veel beginnende of half-ervaren designers doen, is UX verwarren met UI. Ze optimaliseren knoppen, kleuren en spacing, maar vergeten de vraag waarom iemand überhaupt op die knop zou klikken. Ze ontwerpen een deurklink zonder zich af te vragen waar de deur naartoe leidt.

Terminologie als rookgordijn

Er bestaat een soort magisch woordenboek binnen de designwereld. Heuristics, affordances, cognitive load, design systems, atomic design. Allemaal waardevolle concepten, totdat ze als buzzwords worden ingezet om onzekerheid te verbergen.

Een klassieker is “we moeten de cognitive load verlagen”. Klinkt goed, maar wat betekent het concreet in deze context? Wordt informatie echt eenvoudiger, of alleen anders gepresenteerd? Soms wordt complexiteit niet opgelost, maar vermomd.

Nog zo’n valkuil: affordance verkeerd gebruiken. Een knop die eruitziet als een knop heeft affordance. Maar een designer die elk element laat schreeuwen “klik mij” creëert ruis. Dan verandert affordance in overprikkeling.

Terminologie hoort een kompas te zijn, geen rookmachine.

De techniek als afleiding

Dan is er de techniek. Tools zijn krachtig geworden. Figma, Webflow, Framer. Je kunt vandaag iets bouwen dat gisteren nog onmogelijk leek. Maar snelheid en mogelijkheden creëren een nieuw risico: bouwen zonder begrijpen.

Veel designers duiken direct in prototyping en animaties. Ze perfectioneren transitions, easing curves, en hover states. Ondertussen blijft de kernvraag liggen: lost dit iets op voor de gebruiker?

Een subtiele maar veelgemaakte fout zit in performance en interactie. Designers ontwerpen zware interfaces met complexe animaties, zonder rekening te houden met laadtijden of devices. Op hun eigen MacBook voelt het soepel. Op een gemiddelde telefoon verandert het in stroop.

Techniek is geen speeltuin zonder regels. Het is een ecosysteem met grenzen. Wie die negeert, ontwerpt voor een fictieve gebruiker.

De illusie van data

“We hebben het getest.” Nog zo’n zin die geruststellend klinkt. Maar wat is er getest? Met wie? En waarom?

Veel UX-processen leunen op data, maar vergeten context. Heatmaps laten zien waar mensen klikken, maar niet waarom ze dat doen. A/B-tests optimaliseren micro-keuzes, terwijl de macro-ervaring rammelt.

Het gevaar is dat data wordt gebruikt als bevestiging in plaats van ontdekking. Als een kompas dat altijd naar je eigen gelijk wijst. Dan wordt UX geen zoektocht meer, maar een toneelstuk met vooraf geschreven uitkomst.

Waar het wél om draait

Goede UX begint niet in een design tool. Het begint met nieuwsgierigheid. Met het vermogen om te luisteren zonder meteen te willen oplossen. Wat probeert de gebruiker echt te doen? Welke spanning zit er in dat moment?

Een sterke UX-designer denkt in scenario’s, niet in schermen. Niet “hoe ziet deze pagina eruit”, maar “wat gebeurt er als iemand hier binnenkomt met haast, twijfel of frustratie”.

Techniek ondersteunt dat verhaal. Het maakt dingen mogelijk, maar bepaalt niet de richting. Animaties zijn geen decoratie, maar feedback. Typografie is geen stijlkeuze, maar een gids voor aandacht. Performance is geen detail, maar onderdeel van de ervaring zelf.

Minder glitter, meer intentie

Misschien wel de grootste misstand is de obsessie met trends. Neumorphism, glassmorphism, brutalism. Elk jaar een nieuwe golf. Designers springen erop, want niemand wil achterblijven.

Maar gebruikers geven niets om trends. Zij willen duidelijkheid, snelheid en vertrouwen. Een interface hoeft niet indrukwekkend te zijn, maar begrijpelijk. Niet vernieuwend om het vernieuwen, maar passend bij de context.

Een goed ontwerp voelt bijna onzichtbaar. Het staat niet in de weg. Het begeleidt, zonder te duwen.

De stille kracht van eenvoud

Er is een moment in elk goed ontwerp waarin iets wegvalt. Een knop die niet nodig blijkt. Een tekst die korter kan. Een flow die simpeler wordt. Dat moment voelt vaak ongemakkelijk, alsof je iets verliest. In werkelijkheid win je ruimte.

Eenvoud is geen gebrek aan ideeën. Het is het resultaat van keuzes maken.

Terug naar die perfecte interface

Die pixel-perfecte interface uit het begin? Die werd uiteindelijk opnieuw ontworpen. Niet mooier, maar helderder. Minder animaties, meer richting. Minder jargon, meer begrip.

Gebruikers begonnen hun weg te vinden. Niet omdat het ontwerp hen overweldigde, maar omdat het hen begreep.

En misschien is dat wel de kern van alles. UX en UI gaan niet over wat je kunt maken. Ze gaan over wat iemand anders probeert te doen, op een moment dat jij niet ziet.

De rest is ruis.

Koffie doen?

Bedankt voor je interesse! Vul het formulier in om een afspraak te maken. Ik bel of mail zo snel mogelijk voor een aantal data.