Het begon met een simpele vraag.
“Kun je even meekijken naar deze flow?”
Ik schoof mijn stoel naar achter, rolde naar het scherm van mijn collega en zag… een wirwar van sticky notes, pijlen en labels. “Dit is de onboarding journey, met een micro-interactie layer, UX writing optimalisatie en een stukje behavioral nudging,” zei hij.
Ik knikte. Natuurlijk knikte ik. Zoals iedereen knikt.
Maar ergens, diep vanbinnen, dacht ik: wat bedoel je nou eigenlijk?
Welkom in de wereld van UX-design. Een wereld waarin we interfaces ontwerpen voor mensen… maar vaak praten in taal die alleen begrijpelijk is voor andere designers. Of erger nog: taal die we gebruiken om indruk te maken.
Want laten we eerlijk zijn. Hoe vaak gebruik je een term niet omdat het écht nodig is, maar omdat het lekker klinkt? Omdat het gewicht geeft aan je werk? Omdat je denkt dat stakeholders je serieuzer nemen?
UX is geen geheimtaal. Het is geen clubhuis met een wachtwoord.
UX is bedoeld om dingen begrijpelijker te maken. Ironisch genoeg maken we het soms zelf onnodig ingewikkeld.
De verleiding van terminologie
Terminologie voelt als gereedschap. Maar soms is het meer een kostuum.
Je trekt het aan om professioneel over te komen. Om te laten zien dat je weet waar je het over hebt. En voor je het weet, zit je in een meeting waarin niemand meer durft te vragen: “Wat bedoel je precies?”
Het gevolg? Beslissingen worden genomen op basis van aannames. Niet op basis van begrip.
Goede UX draait juist om helderheid. Niet alleen in interfaces, maar ook in communicatie.
Dus laten we de mist even optrekken.
Hieronder vind je 20 UX-termen die je waarschijnlijk vaak hoort. Geen ingewikkelde definities, maar gewoon: wat het betekent.
20 UX-termen uitgelegd (zonder gedoe)
| User Journey De route die een gebruiker aflegt om een doel te bereiken. Wireframe Een simpele schets van een scherm, zonder design, puur structuur. Prototype Een klikbaar model om te testen hoe iets werkt. Usability Hoe makkelijk iets te gebruiken is. Accessibility Of iedereen je product kan gebruiken, ook met beperkingen. Interaction Design Hoe gebruikers met je interface omgaan. Behavioral Design Ontwerpen dat inspeelt op menselijk gedrag. Cognitive Load Hoeveel mentale moeite iets kost om te begrijpen. User Flow De stappen die een gebruiker doorloopt in een proces. Persona Een fictieve gebruiker die je doelgroep vertegenwoordigt. | Heuristics Vuistregels voor goede usability. A/B-test Twee varianten testen om te zien wat beter werkt. Onboarding De eerste ervaring van een nieuwe gebruiker. Conversion Het moment waarop een gebruiker doet wat jij wil (bijv. kopen). Friction Alles wat het moeilijker maakt voor een gebruiker. Information Architecture (IA) Hoe informatie is georganiseerd. Design System Een verzameling van vaste designregels en componenten. Affordance Wat een element suggereert dat je ermee kunt doen. Microcopy Kleine stukjes tekst, zoals foutmeldingen of knoplabels. UX Writing De tekst die gebruikers helpt begrijpen wat ze moeten doen. |
Dus… moeten we stoppen met termen?
Nee. Maar gebruik ze bewust.
Zie termen als gereedschap, niet als decoratie. Als een term helpt om iets sneller of duidelijker uit te leggen: top. Gebruik hem. Maar als je merkt dat je hem gebruikt om indruk te maken, stel jezelf dan één simpele vraag:
Zou mijn moeder dit begrijpen?
Of je collega van marketing. Of je klant.
UX gaat niet over slim klinken. Het gaat over helder denken.
En misschien is dat wel de grootste design skill die er is.
Dus de volgende keer dat iemand zegt: “We moeten de cognitive load verlagen binnen de onboarding flow,” kun je ook zeggen:
“Laten we het gewoon makkelijker maken voor mensen.”
En ineens begrijpt iedereen het.
Dat is pas goede UX.